Afhankelijkheid overheidsopdrachten zet zorgvervoer onder druk

14 mei 2019

Taxibedrijven die in Nederland zorgvervoer op zich nemen, zijn voor hun inkomsten sterk afhankelijk van overheidsopdrachten. Bovendien speelt de factor prijs een zeer dominante rol binnen de aanbestedingen, waardoor ondernemers vaak scherp of zelfs onder de kostprijs inschrijven. Het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) vreest voor de toekomst van het zorgvervoer in Nederland.

Zo'n 80 procent van het zorgvervoer wordt door overheden via aanbestedingen in de markt gezet. Daarvan laat 52 procent van de onderzochte ondernemingen volgens het AIM een negatief bedrijfsresultaat zien. Als de omstandigheden niet veranderen, vreest het AIM voor de toekomst van het Nederlandse zorgvervoer.

Het onderzoek betreft een steekproef in 2017 onder 115 bedrijven, waarvan de meeste tussen de tien en honderd werknemers hebben. Hun vloot bestaat voor ruim driekwart uit rolstoelbussen en gewone taxibussen, waar respectievelijk gemiddeld 50.000 en 36.000 kilometers per jaar mee wordt gereden. Voertuigen die voor zorgvervoer worden ingezet, hebben een beladingsgraad tussen de 58,2 en 59,6 procent (ten minste één passagier).

Lonen grootste kostenpost

Verder blijkt dat de lonen nog steeds de belangrijkste kostenpost voor borgvervoerders vormt: bijna 67 procent. De ondervraagde bedrijven zijn voor ruim 77 procent van hun omzet afhankelijk van zorgvervoer. Hiervan zorgt het wmo-vervoer met 30 procent voor het grootste deel van de omzet, gevolgd door leerlingenvervoer (24 procent), Wlz-vervoer (13,3 procent) en het zittend ziekenvervoer (7 procent). Het geld dat niet met zorgvervoer wordt verdiend, komt uit de consumentenmarkt (3,1 procent), zakelijk vervoer en luchthavenvervoer (6,7 procent) en overig vervoer (ruim 13 procent).

Al met al boekt 52 procent van de ondernemingen een negatief resultaat. Als er niets verandert, is dat volgens het AIM een serieuze bedreiging voor de continuïteit van het Nederlandse zorgvervoer.

Bron: Taxipro