Wet medezeggenschap op scholen [Tekst geldig vanaf 01-01-2018]

Inhoudsopgave

Opschrift

Wet medezeggenschap op scholen

[Tekst geldig vanaf 01-01-2018]

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 te vervangen door een nieuwe wet, aangezien het, in het belang van het goed functioneren van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs, wenselijk is het overleg met en de vertegenwoordiging van het personeel en de ouders en leerlingen van de school te verbeteren mede in het licht van de vergroting van de autonomie van besturen van die scholen, dat het tevens wenselijk is de medezeggenschap bij centrale diensten als bedoeld in genoemde wetten en regionale expertisecentra als bedoeld in de Wet op de expertisecentra zoveel mogelijk dienovereenkomstig te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene
bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Deze wet verstaat onder:

  1. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Economische Zaken;

  2. «school»: een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Experimentenwet onderwijs;

  3. «centrale dienst»: een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  4. «samenwerkingsverband»: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  5. «bevoegd gezag» voor wat betreft:

    1. een school: het bevoegd gezag, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Experimentenwet onderwijs;

    2. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;

    3. een samenwerkingsverband: het bestuur van een samenwerkingsverband;

  6. «leerlingen»: leerlingen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;

  7. «ouders»: de ouders, voogden en verzorgers van de leerlingen;

  8. «schoolleiding»: de directeur, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra en de rector, directeur of de leden van de centrale directie, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, alsmede de conrectoren of de adjunct-directeuren;

  9. personeel»: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school, bij de centrale dienst, dan wel het samenwerkingsverband en personeel dat is benoemd of ten minste 6 maanden te werk gesteld zonder benoeming dat werkzaamheden verricht ten behoeve van meer dan een school;

  10. «onderwijswet»: de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;

  11. «geleding»: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid.

Artikel 2. Aard bepalingen

De bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, voor zover zij de scholen en de samenwerkingsverbanden betreffen, zijn regels voor het openbaar onderwijs en voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs.

Artikel 3. Medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 4. Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 4a. Ondersteuningsplanraad

 
 
 

Artikel 5. Voorzitter (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en ondersteuningsplanraad

 
 
 

Hoofdstuk 2. Algemene bevoegdheden, taken, en informatierechten

 
 
 

Artikel 6. Algemene bevoegdheden medezeggenschapsraad en vertegenwoordiging bevoegd gezag

 
 
 

Artikel 7. Algemene taken medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 8. Algemeen informatierecht medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 9. Van overeenkomstige toepassing verklaring van de , en

 
 
 

Hoofdstuk 3. Instemmings- en adviesbevoegdheden

 
 
 

Artikel 10. Instemmingsbevoegdheid medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 11. Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 11a. Adviesbevoegdheid ondersteuningsplanraad

 
 
 

Artikel 12. Instemmingsbevoegdheid personeelsdeel medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 13. Instemmingsbevoegdheid ouders/leerlingendeel medezeggenschapsraad bij een school als bedoeld in de en de , met uitzondering van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs

 
 
 

Artikel 14. Instemmingsbevoegdheid ouders/leerlingendeel medezeggenschapsraad bij een school als bedoeld in de of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de

 
 
 

Artikel 14a. Instemmingsbevoegdheid ondersteuningsplanraad

 
 
 

Artikel 15. Tenuitvoerlegging bepaalde besluiten

 
 
 

Artikel 16. Bevoegdheden (geledingen) gemeenschappelijke medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 17. Adviesaanvrage

 
 
 

Artikel 18. Nadere regels bijzondere bevoegdheden

 
 
 

Artikel 19. Overeenkomstige toepassing t.a.v. GMR

 
 
 

Hoofdstuk 4. Organisatie medezeggenschap

 
 
 

Artikel 20. Specifieke inrichting medezeggenschapsstructuur

 
 
 

Artikel 21. Medezeggenschapsstatuut

 
 
 

Artikel 22. Inhoud medezeggenschapsstatuut

 
 
 

Artikel 23. Medezeggenschapsreglement

 
 
 

Artikel 24. Inhoud medezeggenschapsreglement medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 25. Geldigheidsduur bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad en bijzondere bevoegdheden ingevolge toepassing

 
 
 

Artikel 26. Reglement gemeenschappelijke medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 27. Mogelijkheid regeling voor specifieke gevallen

 
 
 

Artikel 28. Faciliteiten

 
 
 

Artikel 29. Afwijking in verband met eigen aard

 
 
 

Artikel 29a. Bepalingen van overeenkomstige toepassing op ondersteuningsplanraad

 
 
 

Hoofdstuk 5. Regeling geschillen

 
 
 

Artikel 30. Commissie voor geschillen

 
 
 

Artikel 31. Competentie commissie

 
 
 

Artikel 32. Geschillen instemmingsbevoegdheid

 
 
 

Artikel 33. Geschillen inhoud medezeggenschapsreglement en medezeggenschapsstatuut

 
 
 

Artikel 34. Geschillen adviesbevoegdheid

 
 
 

Artikel 35. Geschil naleving WMS en onderwijswetten

 
 
 

Artikel 35a. Executoriale titel

 
 
 

Artikel 36. Beroep

 
 
 

Artikel 37. Overeenkomstige toepassing

 
 
 

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

 
 
 

Artikel 38. Inhouding bekostiging

 
 
 

Artikel 39. Wet op de ondernemingsraden

 
 
 

Hoofdstuk 7. Invoerings- en overgangsbepalingen

 
 
 

Artikel 40. Niet langer van toepassing zijn ;

 
 
 

Artikel 41. Overgangsrecht medezeggenschapreglement en medezeggenschapsstatuut

 
 
 

Artikel 42. Geldigheidsduur ontheffing/toestemming op grond van

 
 
 

Artikel 43. Aantreden nieuwe commissie; beslissing aanhangige geschillen

 
 
 

Artikel 44. Voorlopige medezeggenschapsraad

 
 
 

Artikel 45

 
 
 

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

 
 
 

Artikel 46. Evaluatie

 
 
 

Artikel 47. Inwerkingtreding

 
 
 

Artikel 48. Citeertitel

 
 
 

Slotformulier en ondertekening