Experimentenwet onderwijs [Tekst geldig vanaf 01-01-2014]

Opschrift

Experimentenwet onderwijs

[Tekst geldig vanaf 01-01-2014]

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het voor de ontwikkeling van het onderwijs wenselijk is een regeling te treffen op grond waarvan onderwijskundige experimenten kunnen worden gehouden die vallen buiten de kaders van de afzonderlijke onderwijswetten en in de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1967, 387) de mogelijkheden te verruimen tot afwijking wegens de bijzondere inrichting van het onderwijs;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Deze wet verstaat onder:

"Onze minister": Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze minister van Economische Zaken;

"onderwijswetten": de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet voortgezet onderwijs BES;

"school": een school of instelling in de zin van een onderwijswet;

"het bevoegd gezag": voor wat betreft

  1. een rijksschool: Onze minister;

  2. een gemeentelijke school: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen;

  3. een bijzondere school: het schoolbestuur;

  4. een openbare school in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: het bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

"leerling": een leerling of student in de zin van een onderwijswet.

Artikel 2

1.

Indien het bevoegd gezag bij wijze van experiment onderwijs wenst te geven dat valt buiten de kaders van de afzonderlijke onderwijswetten, kan Onze minister beslissen dat dit onderwijs uit de openbare kas wordt bekostigd.

2.

Onze minister maakt zijn beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid binnen negen maanden na ontvangst daarvan aan de aanvrager bekend.

3.

Onze minister beslist niet tot de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, indien redelijkerwijs te verwachten is dat daardoor het leerlingenaantal van scholen van dezelfde richting in het voedingsgebied zodanig zal dalen dat hun voortbestaan wordt bedreigd.

4.

Onze minister draagt er zorg voor dat krachtens dit artikel genomen beslissingen waar mogelijk in overeenstemming zijn met het beginsel van een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen.

5.

Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven voor een of meer tijdvakken, te zamen ten hoogste 10 jaren omvattend. Onze minister kan de termijn van 10 jaren met ten hoogste 5 jaren verlengen.

6.

De bekostiging krachtens het eerste lid kan voor de afloop van de daarvoor bepaalde termijn, worden beƫindigd:

  1. op een met redenen omkleed verzoek van het bevoegd gezag;

  2. door Onze minister indien niet meer wordt voldaan aan de regelen en voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid;

  3. door Onze minister indien het experiment niet tot de daarmee beoogde doeleinden blijkt te leiden;

  4. indien Onze minister van oordeel is, dat voortzetting van het experiment niet in het belang van de leerlingen zou zijn.

Artikel 3

1.

Indien toepassing van artikel 2, eerste lid, wordt verlangd voor een gemeentelijke , voor een bijzondere school of voor een openbare school in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, dient het bevoegd gezag bij Onze minister een verzoek in onder bijvoeging van een experimenteerplan en een begroting van uitgaven.

2.

Het experimenteerplan geeft een duidelijke omschrijving van de doeleinden en de achtergronden van het experiment, van de werkmethode, de wetenschappelijke begeleiding, de evaluatie en de rapportering.

Artikel 4

 
 
 

Artikel 4a

 
 
 

Artikel 5

 
 
 

Artikel 6

 
 
 

Artikel 7 [Vervallen per 01-08-1996]

 
 
 

Artikel 7a

 
 
 

Artikel 7b

 
 
 

Artikel 7c

 
 
 

Artikel 7d

 
 
 

Artikel 7e

 
 
 

Artikel 8

 
 
 

Artikel 9

 
 
 

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-1988]

 
 
 

Slotformulier en ondertekening